Theo Dibbets
dibbitsoen

Het dorp Herveld

 

Een dorp waar de door mij gevonden voorouders zeker 400 jaar hebben gewoond, is een dorp waar historisch niet zoveel bijzonderheden over te melden zijn.

Herveld ligt in de Overbetuwe, tegenwoordig te situeren iets ten westen van het autowegen-knooppunt Valburg. Het ligt in een gebied tussen Rijn en Waal, dat reeds bij het begin van onze jaartelling bewoners kende.

De Rijn vormde de noordgrens (de Limes) van het Romeinse Rijk, de streek was voor de Romeinen kennelijk best belangrijk. Zij bouwden in Elst, vlakbij Herveld, een tweetal stenen tempels, de grootste Romeinse tempels ten Noorden van de Alpen!! De tufsteen kwam uit de Eifel, de kalksteen uit groeven bij Metz.

 

De oudste schriftelijke vermelding van Herveld dateert van 996, het dorp wordt genoemd bij de toewijzing van een gedeelte daarvan aan de abdij van Elten door Keizer Otto III.

In de 17e eeuw stonden er langs de belangrijkste zandwegen, zoals de Tielse straat (Herveld- Zuid) slechts 10 huizen en de Hoogstraat, tegenwoordig de Hoofdstraat, in Herveld-Noord 12 huizen. Op een kaart uit 1632 staat ook de Brede straat met enkele huizen en bij een ervan staat de naam Feuijs Dibbits!!

 

Een enkel cijfer over de dorps-omvang, in 1650 had Hervelt ca 300 inwoners in 56 huizen, in 1711 ca 330 inwoners in 62 huizen, in 1796 ca 405 inwoners in 90 huizen en in 1849 ca 930 inwoners in 173 huizen.

 

Een kerk in Herveld wordt voor het eerst in de archieven vermeld omstreeks 1200, in een tiendenlijst van het Domkapittel te Utrecht. Deze oorspronkelijk RK kerk werd, omstreeks 1580 door toedoen van de Reformatie een Ned.Hervomde Kerk (Herveld-Zuid).

In 1801 volgde een hergeboorte van de katholieke parochie Herveld en vrij spoedig (1803) volgde de bouw van een nieuwe RK kerk (Herveld-Noord).

 

De Overbetuwe en dus ook Herveld en de dorpen er omheen: Andelst, Zetten, Randwijck, Slijk-Ewijk en Oosterhout, had een overwegend argrarisch karakter, ondanks de steeds aanwezige problemen rond de water-huishouding.

Tot in de 19e eeuw waren dijkdoorbraken meer regel dan uitzondering, maar ook waren de binnenlanden vaak vochtig door o.a. kwelwater en de structuur van de grond.

In een dergelijke situatie wordt de sociaal-economische positie van de bevolking grotendeels bepaald door de toegang tot de factor grond. De toegang tot de grond is op twee manieren mogelijk en wel via eigendom (w.o. erfpacht) en via pacht. De gebruiker van een stuk grond hoeft niet altijd de eigenaar te zijn en de eigenaar van een perceel is niet vanzelfsprekend de gebruiker.

 

Onderstaande kaart geeft een indruk van het langgerekte dorp Herveld, bestaande uit twee delen, Herveld-Noord en Herveld-Zuid. In het midden van de kaart, rechts van de benaming Gekvoort ligt het "Dibbits-gebied".

 

Gegevens zijn o.a ontleend aan “Overleven door ondernemen” van Paul Brusse en “Over-Betuwe, Geschiedenis van een polderland” van Mentink en Van Os.