Theo Dibbets
dibbitsoen

Een Pastoor in de familie

 

Persoonlijk heb ik de nadagen van het Rijke Roomsche Leven in Limburg nog intensief meegemaakt. Op de lagere school, tussen mijn 8e en 12e jaar, behoorde ik tot de groep jongens die gevraagd werd om als misdienaar tijdens de kerkdiensten de priester te helpen.

Ook een periode waarin er vanuit de scoutinggroep St.Marcellus enkele acolyten (senior-misdienaars) werden gevraagd om te dienen tijdens de zondagse Hoogmis, staat op mijn lijstje van persoonlijke herinneringen. Mijn houding en gedrag tijdens het dienen van de H.Mis heeft vaker op school, in de kerk en in de familie geleid tot de opmerking: zou hij straks misschien priester (willen) worden?

 

Door allerlei redenen heb ik echter op mijn zeventienjarige leeftijd het instituut RK vaarwel gezegd en de kerkdiensten niet meer bezocht, tenzij er een externe aanleiding voor was. Maar als je familie-onderzoek gaat doen en ontdekt dat er sprake is van een katholiek verleden, dan komt onvermijdelijk ook de vraag weer boven: komen er misschien religieuze roepingen in deze familie voor? De vraag kan bevestigend worden beantwoord.

 

Onze pastoor heet Willem Dibbets, hij werd 15 april 1777 gedoopt in Eijmeren, geboren in Hervelt en overleed in Duiven op 6 april 1825.

Willem is het 5e kind uit een gezin van acht, van de ouders Theodorus Dibbets en Johanna van Gent. De ouders zijn beiden nog in leven als Willem in 1801 tot priester wordt gewijd.

Willem overlijdt vroeg, namelijk vlak voor zijn 48e verjaardag. Opvallend is dat hij zich op enig moment Theodorus is gaan noemen! Aanwijzingen hiervoor zijn de ondertekening van een brief in 1818 en de vermelding in zijn overlijdensacte.

 

Willem werd dus in 1801 tot priester gewijd en wordt als kapelaan benoemd in Hulhuizen (hemelsbreed 20 km van Herveld), hij blijft daar tot 1807.

Interessant is te vermelden is dat hij "voorging" in de eerste H.Mis die werd opgedragen in de nieuwgebouwde Rooms Katholieke Kerk in Herveld op 9 augustus 1803. Daarbij bracht hij het Allerheiligste mee uit Hulhuizen, in Herveld zeker nog niet voorhanden.

Achtereenvolgens wordt hij in 1807 benoemd als pastoor in Lathum tot april 1818, daarna als pastoor in Zutphen, maar om een of andere reden in december 1818 als pastoor van 't Loo. Zowel Lathum als ‘t Loo zijn slechts 20 à 40 kilometer van Herveld verwijderd.

 

't Loo was een kleine parochie en voor de pastoor waarschijnlijk geen vetpot . In het archief van de Gemeente Duiven zijn een aantal documenten aanwezig die afkomstig zijn uit het kerkarchief van de parochie 't Loo. Enkele daarvan zijn van Willem Dibbets persoonlijk danwel met zijn inbreng tot stand gekomen. Het betreft onder meer een verzoek aan Zijne Majesteit Koning der Nederlanden om een jaarlijks tractement van driehonderd gulden voort te zetten. Zijn voorganger had dat steeds ontvangen van het voormalig Pruisische Gouvernement. Helaas voor Willem wordt zijn verzoek afgewezen. Deze brief ondertekent hij met Theodorus Dibbets.

 

In 't Loo wordt onder zijn leiding de oude kapel die er al eeuwen stond en in vervallen toestand verkeerde, vervangen door een kerk. Deze werd op 19 augustus 1824 ingewijd. Hij had ook het plan klaar voor een nieuwe pastorie, echter door zijn vroegtijdig overlijden werd dat door hem niet meer gerealiseerd. Ook de wijze waarop de Kerkeraad, onder leiding van de pastoor, de financiering voor de genoemde bouw-activiteiten organiseert en realiseert is in documenten bewaard gebleven.

 

Dat pastoor Willem Dibbets niet persé armlastig hoeft te zijn geweest, heb ik kunnen vaststellen uit enkele notariële actes. In september 1819 leent hij zijn jongste broer Jan 800 gulden; op datzelfde tijdstip vond de erfenis-verdeling van zijn ouders plaats en daarbij kregen de nog levende kinderen onroerend goed met een waarde van 2000 gulden per kind.

 

Onze pastoor is tot nu toe de enige priester die ik heb kunnen achterhalen in onze familie historie.