Hoe kom je aan een stamreeks
In vroeger tijden werden mensen aangeduid als zoon van ... Jan, zoon van Dibbit, werd dan genoemd Jan Dibbitzoon, in de taal van toen: Dibbitsoen (spreek uit als Dibbitzoon).
Pas in de loop van de 17 e eeuw werden de achternamen gefixeerd, waardoor je Janssen (= Janzoon) heette ook al was je een zoon van bijvoorbeeld een Willem.
Je begint bij je opa en komt dan al snel uit voor 1811, de invoering van de burgelijke stand, waarmee het echte onderzoek begint. Je bent dan aangewezen op de aktes die ingeschreven staan in het rechterlijk archief, waarbij de inschrijving in de doop- en trouwboeken ondersteunend en verhelderend kan werken.
Al snel werd een stuk land gevonden dat wel heel herkenbaar was, het was namelijk bezwaard (belast) met een soort van erfpacht: een jaarlijkse tijns van 3 hoenderen aan de heer van Loenen. Een stuk land werd vroeger omschreven door de belending aan te geven. De belending van dit stuk land was heel specifiek: Oost: de Bredestraat / Zuid: de Aelsterdijk / West: het Geckfoirtsestraatje / Noord: Henrick Budding. Hierbij wijzigt in feite in de loop van jaren alleen de noordelijke belending, als dat stuk land overgaat in andere handen.
Het blijkt dat dit stuk land honderden jaren in het bezit is geweest van mijn voorouders.
Hierdoor werd aansluiting gevonden op het magescheijt van 1649 ....