Wonen en werken in Duisburg- Meiderich . ( Generatie XI )
Overgrootvader Johannes, geboren in een gezin met 6 kinderen (waarvan twee vroeg overleden) werd net als zijn vader tabaksplanter. In de jaren 1878 - 1895 beleefde de landbouw en ook de tabaksteelt in de Overbetuwe een diepe crisis. In de agrarisch ingestelde Overbetuwe was er weinig tot geen ander werk. Wel kwamen er berichten door dat er volop werk in het Ruhrgebied (Duitsland) was. Johannes moest een besluit nemen hoe verder te gaan. Inmiddels getrouwd met Aaltje Jansen uit Dodewaard, hebben zij in 1890 de stap gewaagd om te vertrekken met hun 4 kinderen naar de omgeving van Duisburg-Meiderich. Blijkbaar hielden zij goed contact met het “thuisfront”, want binnen twee jaar nemen zijn drie broers (Antonius, Martin en Marten) eenzelfde besluit.
Benieuwd geworden naar de omstandigheden in het Ruhrgebied van die tijd heb ik een aantal publicaties gelezen en geef hieronder een korte samenvatting van het tijdsbeeld.
De industrie kende een enorme expansie, die op gang werd gebracht door de groei van het aantal en de omvang van de kolenmijnen. Hierdoor maakten ook toeleveranciers en andere bedrijven, denk aan smederijen, een enorme groei door. De havens moesten worden uitgebreid, de kolen moesten immers ook worden afgevoerd en er moesten treinen komen en sporen. Bovendien was er veel meer personeel nodig. Naast de komst van veel Duitsers elders uit het land, was ook de toevloed van buitenlanders zeer groot. Ook dit gaf een “boost” aan de economie, er moesten immers huizen komen met infrastructuur. De huisvestingsproblematiek was zéér groot. Dit alles had een situatie tot gevolg die in omvang erger, moeilijker en complexer was dan de startperiode van de Limburgse mijnen.
Het eigendom van fabrieken, mijnen, huizen, sporen en dergelijke was veelal in particuliere handen. De overheid reageerde daarom zéér terughoudend bij problemen rondom veiligheid en duidelijke uitbuiting . Een netto werktijd van 10 uur per dag en zes dagen per week was toen de norm. In die tijd kwam het dan ook enkele keren tot massale stakingen en oproeren. Zelfs zodanig ernstig dat zelfs het leger werd ingezet en er doden zijn gevallen.
In het begin van de 1e wereldoorlog (1914) kende dit gebied wederom enorme personeels problemen door het grote aantal jonge mannen dat werd opgeroepen voor militaire dienst.
Gedurende de periode 1890-1914 gaven de lonen wel een stijgende lijn te zien, maar dat geldt evenzeer voor de kosten van levensonderhoud, met duidelijke verslechteringsperiodes rond 1903-1905 en 1909.
Een van de vragen waar ik antwoord op zocht was: zijn de vier broers in Duitsland gebleven?
Voor het vinden van deze en andere gegevens heb ik in de periode 2008-2009 veelvuldig kontakt gehad met het Standesamt en Stadtsarchiv in Duisburg.
Het antwoord op genoemde vraag is:
- Johannes overlijdt in 1928 in Duisburg-Meiderich, op 69 jarige leeftijd, hij heeft dan langer in Duitsland gewoond (ca 40 jr), dan in de Over-Betuwe (ca 30 jr);
- Antonius heeft ongeveer 25 jaar in Meiderich gewerkt en gewoond, maar gaat in 1917 terug naar Nederland en gaat in Nijmegen wonen;
- Martin heeft ruim 10 jaar in Meiderich gewerkt en gewoond. Hij is verongelukt op zijn werk als havenarbeider in 1901;
- Marten heeft ruim 40 jaar in Meiderich gewerkt en gewoond en gaat in 1932 terug naar Nederland en gaat in Bergh wonen, de plaats waar zijn vrouw is geboren en zij in 1897 zijn getrouwd.
Gezien de lange tijd dat de broers in Meiderich hebben gewerkt en gewoond mag ik veronderstellen dat de levensomstandigheden in Meiderich ervaren zijn als een verbetering ten opzichte van de Overbetuwe in die tijd.
Wel hebben mijn overgrootouders ruimschoots hun portie verdriet beleefd in Duitsland. Ik denk hierbij aan het vroegtijdig overlijden van hun kinderen Jacobus (3 jaar oud) en Wessel (2 jaar oud), beiden in 1891, Johannes (1 jaar oud) in 1895 en het dodelijk verongelukken van Antonius in 1918 (toen reeds getrouwd en ca 32 jaar oud). Hierbij niet te vergeten het dodelijke ongeluk van zijn broer Martin (1901).
Mijn overgrootouders zijn begraven in 1928 op het katholieke deel van het stadskerkhof (Städt.Friedhof) in Meiderich, zij werden uiteraard ook ingeschreven in de boeken van het kerkhof. Een aantal woon-adressen in Mittel-Meiderich heb ik kunnen achterhalen:
in 1891/1892 wonen zij op Unter den Ulmen 22, in 1894/1895 op de Alsenstrasze 3, in 1896 op de Schmidtstrasze 3 en in 1918/1928 op de Goebenstrasze 5. (Gebleken is dat er ook in Meiderich, in de loop van de jaren, straatnamen gewijzigd zijn. Een voorbeeld hiervan is o.a. de Goebenstrasze. Uit een bericht van 2009 blijkt dat de naam gewijzigd is naar Dietrich Rüttenstrasze.) Gezien deze adressen zullen zij ter kerke gegaan zijn in de St. Michael (Kath.Kirchengemeinde St.Michael) of in de Mathias-Kirche.
In de doop- en andere registers van deze kerken zullen ongetwijfeld sporen van de "Dibbets-clan" te vinden zijn .
De verzamelde gegevens en het beeld wat daarmee is ontstaan, met betrekking tot de omstandigheden en het bewogen leven van deze generatie, heeft bij mij indruk gemaakt !!